Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

X «9i X

de héilige pligten omrrend God en rnerjfchea, als bevelen der Dwinglandij en Priefterdwang, gefchonderi en verworpen worden.

J1. Al-

aan de Hiftoriëele waarheid van den Bijbel gelooft, vooral in de verhaalen der wonderwerken.

„ Wonderen (.zegt hij) kunnen niet gefcbièdcn ",(waar*m niet?) „ ten zij 'er geen ander middel overig was ". {en weeten wij dat?) „ God regeert de wecreld naar een „ éénmaal vastgefteld plan en orde", (het zij zoo; maar een JVonder is geene Wanorde in dat plan, het behoort ''er toe') „ Dan zou God 'er veel meerder moeten doen, want 'er is „ nog veel kwaad in de weercld, dat verbeeterd moest ,, Worden ". (fiaat dat aan ons Oordeel?) ,, Wij Zijn nooin

zeeker, wat een wonderwerk is, want wij wecten niet ,, wat aan zommige gefchaapen Krachten mogelijk is (.Ook niet op de proef ? of als God zelve het verklaart?) ,, De zinnen kunnen bedriegen ". (Dan feilt alle ondervinJf'B£0 » Op getuigenisfen kunnen wij niet aangaan". (Ban is 'er geene hifiorifche waarheid meer.) ,, Veele wonderen

kunnen natuurlijk verklaard worden ". (pan toch alle niet?} „ De andere Zijn verdacht ". ( 'Waarom?') God heeft 'er zijn

doel niet meede bereikt ". (Hoe weet men het? bereikt de Redenleer dat bij alle menfchen ? )

Ik kan mij niet inlaaten in zijne ongerijmde verklaaringcn van bijzondere wonderen, dit weinige tot een (laai. „ De „ Blinde, John. 9. hieldt zich flechts blind cn was een aanhanger van Jesus ". (Men leeze flechts. — Zoo maakt men Jesus, voor wien, men zegt zoo hooge Achting te hebben tot den hagftcn Bedrieger, de Schrijver dacht zeeker aan het bedrog van Mesmer en Jufi'r. Paradies.) „ De „ Zufters van Lazarus waaren zijne Vriendinnen ". (Maar 'er waaren toch getuigen genoeg bij, die zijne Vrienden niet waaren.) „ AIsJesus waarlijk zoo veelen gencezen en wel „ gedaan hadt. zou hem het Volk wel befchermd hebben ". (etven of een eerlijk man, die arm is, hulp vindt, als hem de Overheid en Geejllijkheid vervolgt!) „ De zieken gena-

zen door den invloed der Verbeeldingskracht ". (Helpt de Verbeeldingskracht van een Heer ook in de ziekte van zijn Knecht? of die van een Vader in de Krankheid van zijn Kind ? Matth. 8: 13. Jo'dn. 4: 47.) „ De opftanding van Jesus „ zegt in zijne eigen Sijmbolifche taal alleen zijn overgang w in eene betere weereld, en het overige is een verdichtzel „ van zijne eigen aanhangers ". (Ook de gefchiedenisfen van de Wathtijsn dt verfthijning aan meer dan 500 menfchen,

waar

Sluiten