Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„ bron van traanen! dan zou ik, dag en nacht, bewccnen de breuk van Sion, en medelijden toonen met haar gruis!" ———

„ Heilige Vader! om uwes Zoons wil, heilig ons „ in uwe waarheid; uw woord is de waarheid! " —:

D.

En dit brengt ons van zelf tot de vierde Vraag: „ Heeft zich dan niemand de belangen der Waarheid „ en Godvrucht aangetrokken ? Is de flagörde van „ Israëls God, zonder teegenftand, gehoond? of zó ,j 'er Jofiasfen de huizen der hoogten afbraken, en

Jojada's het heiligdom bewaakten; wat is 'er dan, „ in andere Landen, of wat is 'er, onder Ons, ge,, daan, om de misleiding te wederftaan, en een

dam te leggen tegen deezen , zoo vernielenden, „ ftroom?" 1

Het oud vertrouwen, dat de Godskerk voede, Mich. 5: 4. Wanneer Asfur in ons Land zat koomen, en in onze paleizen zal treden, zo zullen wij tegen hem fielten zeven Herders en acht Vorften uit de menfchen, heeft, ook hier in, de geenen, die op God hoopen, niet bedroogen (a):

a,.') Overheden, in onderfcheiderie Landen, die of Zelve met een leevend gevoel erkenden, dat ook Zij eenen Heer in den hemel hebben, en , zoo wel als de

(a) Over den geefiliiken zin deezer Godfpraak vergelijke men de Intree-reden te Vlisfmgen van mijnen geliefden Meeleer, den Hoog Eerw. A.E. Gillissen (wien God in zijne grijsheid fterke!) gedrukt te Middelb. Anno 1746. cn eene* korte Noot in mijne Jubelreden , of Gefchiedenis van Axelr T. 1. p. i\, alwaar ik nog het oogmerk en verband deezer prophetie onderzogt heb, p. 17—24, en teevens betoogd» dat hier van Mesfias, en zijn #ijk, gehandeld wordt, pag, 35-40-

Sluiten