Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

X 279 X

wien al het genacht in de hemelen en op aarde genoemd wordt, op dat hij U geeve, naar den rijkdom zijner heerlijkheid, met kracht verfterkt te worden door zijnen Geest, naar den inwendigen mensch, op dat Christus , door hét geloof, in uwe harten woone, en ik deeze vreugde hebbe, dat mijne kinderen in de waarheid wandelen.

„ God der waarheid en der weetenfehappen! dat ü U deeze Inflelling plegtig gewijd, en door U zee„ genend goedgekeurd zij! Zal ik uwe eer, de grond„ leer van het Chriftendom, verdeedigen en mij ftel„ Ion tegen het ongodlijk roepen der valschgenaamde „ Weetenfchap, volbreng in mijn onvermoogen uwé „ kracht, ën grond U fterkte uit mijne zwakheid! —• „ Jesuö! mijn Heer en mijn God! fterk éénen uwer „ geringfte maar gewillige Knechten! en, welk eené „ zaligheid, als ik, een zondaar, die geen heil heb>

dan iri U , uwen gezeegenden naam mijnen Broede„ ren mag boodfehappen, en, door mijn geloof het „ hunne verfterken! — Geest des leevens! geef ge„ tuigenis aan het Woord uwer Genade, en maak het „ een kracht Gods tot-zaligheid voor allen, die ge^ „ looven! — Amen! mijn God! wanneer gij roept, » zijt gij ook altoos getrouw."

z^ict daar, mijne Waardften! het geen ilt oordeelde U vooraf te moeten zeggen, ter voorbereiding voorde uitvoering van het godvruchtig Plan van eenigé U wer Mede-Leden, om de hoofdwaarheden van den Euangehfehen Godsdienst, in zes Jaarlijkfche Leerredenen, te doen verdeedigen tegen deszelfs hedendaagfche Bejlrijders. — En nu bid ik U, nog een klein oogenblik* geduld op eenige woorden der broederlijke opwekking , waar mede ik deeze Redenvoering gaa befluiten*

S 4 t Vit

Sluiten