Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

z

ken. Hierom waren wij eerst van meening, om dezen fchrijver met ftilzwijgen voorbij te gaan; maar oordeelen het, om der leezeren wil, nocdig, het volgende op zijne bedenkingen te moeten aanmerken.

Vooraf wordt eene algemeene aanmerking gemaakt: „ dat eene belasting op de inkom/Jen, die ongelijk zijn, moet zijn in evenredigheid van die ongelijke inkomften , en niet naar gelijkheid." Maar dat ongelijk aandeel, welk ieder in den algemeenen last draagt, geëvenredigd naar elks ongelijk inkomen, ftelt juist de gelijkheid daar; en deze is volkomen, wanneer allen, zig in gelijke omftandigheden bevindende , een even gelijk aandeel draagen. Hoe meer men alle de bijzondere omftandigheden , waarin ieder enkel burger zig bevindt, in acht kan neemen, hoe nader mencot de waare gelijkheid in de belastingen komt: hoe minder in tegendeel de aart der belastingen die gedoogt, hoe ongelijker zij moeten werken, drukken en ondraagelijk worden. Maar, dewijl volkomen gelijkheid in dezen volftrekt onmogelijk is, naardien het bepaald menfehen - verftand& alle de bijzondere omftandigheden van ieder enkel mensch niet kan aanwijzen ; fpreekt het van zelfs, dat alle belastingen (en dus ook die, welke gegrond is op de grootte der inkomften) haare ongelijkheid hebben, cn voor dezen of genen meer

druk-

Sluiten