Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XIX

werkende ingezetenen, waardoor derzelver getal vermindert, en de prijs der arbeidsloonen hooger wordt. Onder een ftelzel van directe belastingen heeft dit alles geene plaats; 's Lands inkomften vermeerderen met die der ingezetenen, en . blijven beftendig in dezelfde evenredigheid tot de uitgaven als te vooren. De min vermogende werkman, die niets of weinig in die belastingen draagt, deelt in de algemeene welvaart, doet de bevolking toeneemen, daar ze het meest noodig is, en brengt daar door op zijne beurc de gewigtigfte voordeelen toe aan de Maatfchappij; naardien door het vermeerderd getal van werklieden de arbeidsloonen natuurlijk moeten verminderen, en fabrieken, trafieken, landbouw en zelfs koophandel beter kunnen bloeijen , en 's Lands inkomften boven de uitgaven derwijze toeneemen, dac het nadeel, welk de werklieden door het verminderen hunner arbeidsloonen anders zouden lijden, voor dezelven zeer wel vergoed kan worden door een evenredig ontflag of vermindering van die belastingen, welken zij tot dien tijd hebben gedraagen.

Het tegenwoordig ftelzel van belastingen is; dus, in geenen deele befhanbaar met de belangen van het Vaderland, zelfs zonder ineenfmeking, eenheid en ondeelbaarheid; maar de belangen van het gezamenlijke Volk en van ieder burger, die ** 2 ^

Sluiten