Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

92 EENIGE GELEERDE

Den feilen Pelion, daar Osfe op lagh, te rukken

Van onder dat gevaart

«t Virg. Georg. L. i. 277.

Turn, partu terra nefando,

Coeumque Japetumque creat, fnevumque TffAoea, Ter fuut conati imponcre Pelio Oifam Et ConjuratOS coelum refcindirc fratres. Scilicet, atque Osfae frondofum involvere Olpvpum: Ter pater extmetos disjecit futmine montet. Vondel Landichten ifte Boek p. 51.

Toen braght de grimmige aarde

Het heiloos helsch gebroet ter weereü uit koer fe':oot,

Den feilen Ce-is grof en onbefchoft en groot.

Den reus Tapet Ut, Tijfeus den verwoeden

En andre Broeders, die met ramende genueden

Te faanten xvoeren fel het hcmelsch Godendom

Te dempen in den grond. Zij proefden drijmaal ,m

Den Osfe op Pelion, Jupijns Olijmp vol bosfen

Te wentelen op Osfe, als Jupiter aan V hsfen

Van Zijn' kartouwen, met den gloenden btixemfihicht

Denflapel bergen trots wel drijwerf engezwicht

Van boven neder klonck. r

Servius op Virgilius Aen: L. vi. vs. 580. maakt gewag van twee beftormingen des Hemels; de eerste door Titans tegen Saturnus, de tweede door Giganten of Reuzen tegen Jupiter; een klaar bewijs dat de heexschzucht al vaa ouds is wakker

Sluiten