Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tas E E N I G E GELEERDE

En rennen regens een: met zulk een groot gevaart Van Schepen, door hun wacht en torentrans bewaart, En heerlijk opgebout met pracht van galerijen,

Zet V een op 't ander toe.

Vondel.

Geheele bosfchen om doen houwen. Zoo zegt Lllkan. L. i. vs. 306. in clasfem cadit omnc nemus. Bl. 54.

Door een Triton opgehcevcn. Zoo ftrekten de Zee-goden tot dadelijken bij of tegenftand aan de Schepen. Zie Virg. L. 5. Aen. vs. 239.

Dixit eumque imis fub fiuctibut audiit omnis Nereidum Phorcique chorus, Pannpeaque virgo, Et pater ipfe manu magna Por tu nm euntem

Impulit: ■ .—

Zoo fprack hij en de reij

Van Nereus docht ren, en van Forkus alle bey, En Panopèa mé verhoeren hem te gader, Van onder in den gront. Portuin de goede vader Drijft zelf met zijne haat het Schip voort in der ijl.

Vondel.

Camoëns heeft ook deze plaats van Virg. nagevolgd, daar hij in het 2de boek zijner Lufiade, Venus en de Zee-goden alle krachten doet in 't werk ftellen, om te beletten dat de Portugeefche Vloot in de gevaarlijke have van Mombaza

bin-

Sluiten