Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AAN MAURITS. 3

Jk Heb Barneveld uw' wensch, naar uwen wensch, doenhooren ,

En alles u ten dienst trouwhartig aangewend. Maar, ó! hoe weinig weet de rei der hooffche vrinden,

Wier raad der graven hoed u fmaaklyk heeft gemaakt, Van 't wee aan't goed verknocht dat ze u zo fehoon doen vinden!

Gyzelf, wat kent gy fiecht het goed daar gy naar haaktl ïs u, ó Maurits! 't lot van Cezar dan vergeten?

Hy was, gelyk gy zyt, verliefd op de oppermagt; Een fiaats- een oorlogsman, een Maurits! moet dit weten;

Hoe fpoedig wierd de held door Brutus omgebragt! En 't volk dat gy zo loos de vryheid tracht te ontrooven,

Heeft Romes geest ten val van die hun recht verkort j 't Gaat in tirannenhaat oud Rome zelfs te boven :

Al word ge al graaf, vrees volk daar alles Brutus word. Doch bovendien, ó Prins! doorloop der keizren leven:

De beste zelfs van hen heeft fchaers geluk gehad,; Wie van hen 't Haal ontkwam moest ftraffen, of vergeven*

Daar fchaers één onder hen één' waren vrind bezat. Ziedaar dat heerlyk goed waarna wy u zien haken,

Ten mïnfie ziet uw oog 't van wreede zorg verzeld l Waant Maurits dat het hem gelukkiger zal maken,

Hy laat' de keizers daar, en hoor' naar Barneveld. Die held dien gy door my in uw belang wilt trekken,

Stond hoogst verbaasd toen hy myn vreemd verzoek verftondj Èn zyn verwondering kon hy my niet bedekken,

Dat, tot verleiding, hem een zoon de moeder zond.

'- a 2 Vrind*

Sluiten