Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AAN DEN PRINS VAN ESPINOI. u

Gy en uw Espinoi 't verdrag wilt onderfchryven

Met ons, en van de zaak der muitren at' wilt zien. De koning , en gy weet dat wat hy heeft befloten, (Elk weet wat hardheid hy in zyn befluit bezit,) Door geen weêrlegging ooit of ooit word omgeftooten,

Wil 't gene ik eisch; hy wil 't! om u zelfs wil hy dit. En, inderdaad! de vorst is in zyn' wil rechtvaardig;

Hy eert heldin Lalain, hy eert haar gantsch gedacht: Oranje is noch uw hulp, noch uwe vrindfchap waardig:

Zyn list, meer dan uw hart, heeft u tot hem gebragt. Befef hoeveel ge u kunt op zyne hulp verlaten,

Heeft hy tot uw ontzet één' enklen ftap gedaan ? Nu paait hy uw' gemaal met hulp van 't heir der fiaten*

Om Espinoi te meer in 's ballings juk te flaan. De loozaart, die uw' held op uw ontzet doet hoopen , Weet dat hy uit myn hand u nimmer rukken kan; Schoon zelfs de ftryd voor hem gelukkig af mogt loopen, Die veinzaart weet nochtans de oiimoogiykheid daarvan. De wallen zyn berfteld, de torens en de grachten, 't Is air door ons in (taat van tegenweer gefield; Dus kunnen we op deez' wal het ftaatsch geweld verachten , Offchoon de Spaanfche magt al wyken moest van 't veld. Doch wat is van Oranje in 't eind' toch uw verwachting?

Wat kan die zwerver toch in dees gefleltenis? Behoefte drukt hemzelv'; en ftrekt het u tot achting Pat gy een' banling dient, die 's konings leenman is?

Wat

Sluiten