Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

38

WILLEM DE EERSTE,

Granvelle, tlubbeld waard' den rooden hoed te dragen,

Het prachtigst loon der drift voor de eer van Romes kerk» Heeft Spanjes vorst den val der kettren voorgeflagen, En Rome wydde ons zwaard tot dat geheiligd werk, De koning zweeg. Een fchrik vloog ylings door myn leden».

Eenfchrik, die, hoe Oranje altyd zichzelv' bezat, Hoe wydberoemd door drift te boeijen door de reden,,

Dat oogenblik byna zyn hart verraden had. Ik kón, doorluchte vrind ! niet denken zonder yzen, ■ Dat zo vele edelen, den Roomfchen dwang ontgaan, Zich zouden zien tot vuur, tot zwaard, of ftrop, verwyzen,

En dat gewetensdwang ons volk in boei zou (laan. Ik zag wat Nederland van Spanje had te vreezen,

En dat, om ons te (laan in 't eigendunklyk juk, De zucht voor de eer van God de vuige mom zou wezen,

En zuchtte in 't bevend hart om Neêrlands ongeluk, 'k Zag tevens dat de vorst, die niets my had doen blyken •

Van Alvaas boozen last, my in zyn' dienst mistrouwt; En , toornig door myn trouw te zien vcrongelyken,

Wierd licht dat fnood ontwerp door my teflreng befchouwt. Hoe 't zy, uw vrind, helaas! kent al te wél de hoven,

Om in dat boos ontwerp niet kwaads genoeg te zien;. Ik nam terftond befluit: ik kwam myn' fchrik te boven,

En prees een moordverbond, opdat ik Neêrland dien'. Jk veinsde, (och! wierd een prins nooit daartoe aangedreven;!

Ten minst .wierd hy 't nooit tot 's menschdoms ongeluk.')

Als

Sluiten