Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

H E ï C E W E E T E K.

Hoe heerlijk, evenwel, het Rederilicht moog' draaien, ' Hoe fehooii het Burgerrecht zich laat' door Solon maaien;. Ons draalt een klaarer Zon genadig boven 't hoofd. Na dat de hellen glans der Godheid was verdoofd, En 't Redenlicht bezwalkt bij de overoude volken, Verfcheen het licht der Wet uit rook en dikke wolken , Gelijk de middag Zon, van Horebs hoogen kruin, Toen d' aandacht was gewekt door 't klinken der bazuin. De Godheid fchreef in deen , en 't deenen hart' der Jooden , Het lang vergeeten deel der hemelfche geboden; Als zuivre heiligheid, die 't harte aan God' verbindt, En Edelmoedigheid, die ook heur haaters mint: Waar van Gods menfchenliefde een voorbeeld wilde zetten , Omhangen met een kleed van donkre fchadmvwetten, Dat Israël verbond tot menige offerplicht'; Doch aan het Christendom in aangenaamer licht, En voller dag verfcheen, door 't fcheuren der tapijten, Het volk tot God' geleid door Priesters en Levijten, Ziet nu een' open' weg tot Gods genadetroon, Geheiligd door het bloed van zijn' gekruisten Zoon': Die voor een fchuldig volk als Voorfpraak treedt ten Hove; En fchrijft als plichten voor Bekeeringe en Geloove:

Op

Sluiten