Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET G E W E E^T- E N. 35

En voedt met valfche hoop, gebouwd op losfe gronden Van naare Onweeténhe.id, tot aan zijn laatfte ftonden; Ten zij de wreede Hel ontbrand in zijn gemoed; Of hij gewasfchen wordt in 't fchuldverzoenend bloed;

Behaagt het, evenwel, het heilige Opperwezen , ' Op 't hoofd van deze of die zijn' grooten naam te leezcn Hem af te wasfchen in het Zoenbloed van den Borg*;' Gods menfchenliefde draagt ook voor zijn kindschheid zorg', Hij etst in 't teedre hart' de zedelijke gronden, Zijn levensboek vertoont geen reeks van'zwaare zonden: Maar pronkt, integendeel, met hagelblanke deugd; En toont de beste fchets der welgefchikte jeugd; Die teedre kindermin met oudermin erkende — Zich in de vroege jeugd aan 's Scheppers dienst gewende — Verftandig onderzocht de wondren van 't Heelal, Den eindeloozen roem des maakers ten gevall'. Een jongman die alleen zijn' hoogften wellust Helde In de eedle Deugd , die hem als Leidsmaagd vergezelde , En voerde langs den weg van ambt of huisgezin , Als- op een gloriebaan, de groote Waereld in.

Dus uit het oeffenfchool der Jonglingfchap en Reden, Ter renbaan' van de deugd grootmoedig ingetreeden,

Trad

Sluiten