Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET GEWEETEN. 5$;

lerfchept de ftillc rust — herftelt den roem des braaven. )ie zegt: „God gaf, God nam, en fchenkt weêr dubble gaaven.'* 5e goede zaak krijgt Recht, boe zeer de boosheid brult: in 't Zielörakel wordt ten zijnen tijd' vervuld.

Vindt iemand zich gebragt in dringende gevaaren: liet goed Geweetcn zal 't vooruitzicht op doen klaarenj )aar 't boos Gewisfe niets dan bloed en etter zweet, -iet in een' Krijgsman, die zijn vijand tegentreedt, >e roekeloosheid, die de dapperheid beleedigt; n vroome dapperheid, die 't Vaderland verdeedigt. I Geweeten jaagt den Schelm, en houdt de Deugd in Hand. :joe groot is dit verfchil! Befchouwt van 't fteile ftrand, en' vroomen Zeeman , die gevaaren durft verachten: 'ij vinde zich op zee, in naare en donkre nachten, Wanneer een felle ftorm en mast en Heven kraakt, n Lucht met Water mengt, de hemel donders braakt, Aan boord gefmakte roer 't gevaart' niet kan beltuuren, e nette Graadboog mist des hemels flonkervuuren , n elke baar hem dreigt te rollen van het wrak. an ftaat de Man gerust, of zijn Geweeten fprak : 't Is niet om Uwe fchuld dat dus de golven woeden i De fchakel der Natuur ontrust de holle vloeden,

„ Recht-

Sluiten