Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

G E W E E T E N S D W A N ». *ï l*i

De Gierigheid, vergrimde tegen God -

Verbrandde toen den Bijbel op 't'fchavot! :«

De Waarheid dus verjaagd uit alle kerken Vloog Hemelwaards met zes- bebloede vlerken Streek hijgend neer op 't voetftuk van Gods troon — Goot traanen uit voor zijn' gezalfden Zoon, En overftelpt met treurige begrippen, Borst deze klagt uit haar bedorven lippen:

-Langmoedig God, heeft dan des Menfchen fchuld ,, Geen inyloed meer op uw getergd geduld?

Gedeukt gij niet aan uwe Bondgenooten, ,, Wier duurbaar' bloed als water wordt vergooten ?

Gij immers fchiept uwe eedle wezens vrij! „ Nu zucht de Ziel in de ergfte flaavernlj.

't Verftand, de kerk waar in uw Godheid woonde,

Waar in uw beeld zijn Majefteit vertoonde.

Moet Lucifer verheffen op zijn tin. „ De vrije wil, uw blijde Priesterin, „ Die 't Wijrookvat vol Liefde heeft ontftooken, „ Moet nu, helaas! aan helfche Goden rooken. „ 't Geweeten zelf, dat aan het harte klopt,

Uw Godfpraak, is den wijzen mend geftopt.

H 5 >■> Uw

Sluiten