Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AAN

M Y N E

KUNSTVRIENDEN.

Als eertyds 't woest muzyk van Pans geborften fluit, Veelmeer dan 't liefclyk, 't verrukkend maatgeluid Des Zanggods, 't grillig brein van Midas kon bekooren, Schonk Febushcm, ten merk van dwaasheid, Ezelsooren. Bedorven oordeel wierd in Midas dus geftraft; En aan gezond verlhmd gerechte wraak verfchaft.

Wat heeft der Frygen vorst alom veel braave zoonen ! Kaneevcn zonder tal! die aan hunne ooren toonen Dat ze uit den ftam, waarmee Timolus heeft gepraald, Den koningklyken ftam van Midas zyn gedaald. Voorwaar, elk fterveling, door dwaasheid ingenomen, Gelykt dien held, in aart en heblykhcèn, volkomen:

Auriculas ajini quis non habet ?

PERSIUS.

A 3

Ja,

Sluiten