Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

12 AAN MYNE KUNSTVRIENDEN.

Maar als ze afyycezcnden door lastring doodlyk wond, Dan fchynt de duivel zelf te fpreeken uit haar' mond. Althans men meld ons niet dat engten ooit voorbcencn Met Ezelsooren aan het menschdom zyn verfchencn.

Natuur fchonk Lizimon noch oordeel noch verftand; Fortuin daartegen heeft met onbekrompen hand Hem , dien zy zag van jongs met Ezelsooren pronken , Natuur ten fpyt, met eer en fchatten mild befchonken : Hoe bot hy waarlyk zy, hy ziet zich van 't verkeerd, Van 't ligtverblind gemeen gclyk een god geëerd; Niets kan zyn aanzien, niets kan zyn' gelukftaat ftooren: Geen wonder! Lizimon verguld zyne Ezelsooren.

Kalistc en Theodoor zyn korteling gepaard: Kalistc is waarlyk fchoon, maar van een' wulpfchcn aart; Zy deed haar' luister fteeds in 's minnaars oogen fpeelen, Doch wist haar dartelheid voor hem met zorg te hcelcn. En Theodoor, voor haar vervuld van minnefmart, Vertoonde vóór de trouw alleen zyn teder hart; Hy wist zyn norsch gemoed, vol van de vuilfte vlekken, Arglistig voor het oog van zyne bruid tc dekken.

Als

Sluiten