Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AAN MYNE KUNSTVRIENDEN. 13

Als minnaars waaren ze in elkanders oog volmaakt: Geen trekje wicrd door d'een' in 's andrens aart gewraakt: Maar fints de trouwknoop hun verlangen heeft doen fmooren, Ontdekken ze aan elkaêr affchuwlyke Ezelsooren.

Ambitiofus, een vermogend burgerman, Doet blyken dat hy zyns gclyk' trotfceren kan: Zyne eerzucht prikkelt hem om aanzien te verwerven; Hy poogt met dwaazen roem, voor geld gekocht, te ftervern Zyn zoon, tot ledigheid gefchikt als ieder weet, Studeert, word Advokaat, opdat hy Meester heet'. Dan word voor hem wel dra een e'erryk ampt gevonden; En hy eerlang aan 't kroost van een' regent verbonden; Zo ftygt hy tot een' rang die op den naneef hecht. Ambitiofus zelf, al weet hy van geen recht, Van wetten even min als burgerlyke pligten, Hoopt echter ook nog eens als fchepen 't volk te richten; En neemt, by voorraad, reeds eens raadsheers houding aan. Doch let men, als 'er een verkiezing word gedaan, Al wierd hy ook geftemd, Hechts op zyne Ezelsooren, Zo word de nar gewis tot fchepen nooit verkoren.

De

Sluiten