Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

34 AAN DEN II E E R E

Vermaardheid volgt, myn s T R u i r; zy volgt met wisfc (ebree*

(den,

Wanneer we eeif achtbrenUi flechts eerst vooruit zien treeden* Men maakt door dc eerzucht best zyn gaaven openbaar.

Doch, of UW zedigheid niet te overwinnen waar', En noch belang noch pligt u ooit kon overiiaalen, Om met den grootfehen naam van Stiuivius te praaien, Dan nadat gy alom u ziet met roem 'bekroond, En flerke proeven van geleerdheid hebt getoond: Welaan, val ras aan't werk, aan 't fchryven, twisten, ziften; Vcrryk de waercld met een' fehat doorwrochte fchriften: Eén boekdeel, door uw hand gefehreven in 't Latyn, Schenkt u het volle recht om Struivius te zyn. Gy hebt geleerdheid, vriend, en 't zal u ligt gelukken, De ryne vruchten van uw ftudiën te plukken! En fchryft gy, in 't Latyn , een Theologiesch werk, Dan eert u 't gantfche land als 't puikjuweel der kerk: Ikzelf zal de eerde zyn om uw vernuft te roemen; 'k Zal 't eerst u Struivms, in Roomfche vaerzen, noemen: Al moest ik 't lofdicht ook betaalen boven peil: Myn vriendfehap heeft met vreugd dukaaten voor u veil.

Tot

Sluiten