Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6o AAN FILLIS.

Indien de lente uw borst ontfteekt, En, by 't inademen van malfche en zwoele luchtjes, U min doet ademen, een tedrc kwelling kweekt; Indien de lente uw borst ontfteekt, Ach! waare ik 't voorwerp uwer zuchtjes!

ó Hoe gelukkig zoude ik zyn, Indien myn kwyning u tot tederheid kon noopen! Indien uw gunst my ftreelde in myne minnepyn ! 6 Hoe gelukkig zoude ik zyn, Gaaft gy me alleenlyk recht tot hoopen!

Verfchoon myn minnend hart; het vraagt, Het vraagt om wederliefde ; ach! wil zyn kwaal geneezen! 't Vraagt; „ Mag ik met uw min my ftreelen, lieve maagd?"

Verfchoon myn minnend hart; het vraagt

Eén woord kan 't heugchlykst antwoord weezen!

Gcliefdfte Fillis ! .zeg flechts j a , Zo word uw minnaar flraks de heilrykfle aller menfehen; Zo kent myn lot geen' ramp , myn vreugd geen wedergaé : Geliefdfte Fillis ! zeg flechts j a , Zo zie ik 't eind' van myne wenfehen !

* # # By

Sluiten