Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(4)

Zij zweeg, gefluit door 't fchel gerucht, Dat lieflijk fchaterde in hare ooren,

En zich verhief in 't ruim der lucht'; Het was de Faem, die zich liet hooren.

Zij zweefde langzaem heen en weer,

En (beek, in 't einde, naest haer neer. „ Vriendin! ftaek uw angstvallig klagen;

,, Verwisfel til- uw' rouw in vreugd', Dus fprak zij; „ hemelfchoone dagen „ Zult gij herrijzen zien, na zoo veel ongeneugt!

„ De Vrede is, tot uw heil, herfteld. „ Zet nu gerust uw koopbeurs open:

„ Het oorlog week van 't pekc-lveld:' ,, Gij moogt op beter jaren hopen.

„ Hij, die de Vree trapte op de borst,

„ Der Marokkanen Oppervorst, „ Hergeeft u 't geen hij heeft genomen :

„ Hij biedt u zijne vriendfehap aen. „ Pichot deed u dit heil bekomen: „ Hij is 't, die uw belang, met ijver, voor wil (Iaën.

Sluiten