Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

s3 DE WOLKEN.

Waarge ccn' zwarten nacht, vol naarheid,

voor de Egyptnaars hebt verwekt, En ten licht aan de andre zijde,

voor gansch Israël, verftrekt. Dan fpeelt weer in heur gedachten ,

wat aan Horeb is gefchied, Waarze, in uwe wonderkleeden,

Jakobs God verfchijnen ziet: Of zij denkt aan die vertooning,

in de tent, voor God geftic.hr, Toen Hij daarop nederdaalde,

met een' glans van heerlijk licht. Wolken, o wat zinneprenten

zljtge in 's Heeren dierbaar woord! Wolken, die zo meenigmaalen,

door uw drijven, mij bekoort, Als ik, met wijsgeerige oogen,

op uw wondre gangen let, Dan, dan vraag ik, in verrukking:

wie heelt u dien weg gezet ? Niemand, antwoordt mijn geweeten,

dan de onzigtbre hand van God: Decs beftuurt uw gaan en keeren,

tot een ftraf of zeegnend lot.

Laaft

Sluiten