Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BEWOLKEN. 35

Heörl als Gij mijn boetetraanen

néér ziet rollen op den grond, Ei! gedenk dan, in ontferming,

aan uw eeuwig vreêverbond ; En hoewel zij niets verdienen,

Übi dat vocht, voor u gefpaard. Als getcekend in uw boeken,

in uw flesfehen zijn bewaard (*)» Heer van hemel, zee en aarde,

Schepper van de gouden zon^ Zilvreii maan en tintelftarrcn,

die geduurig uit de bron Van het licht, de warmteftraalen

op het aardrijk nederzendt^ Uwe grootheid zij beftendig

uit uw handenwerk gekend £ En zoo moeten ook de wolken,

hooggeduchte Hemelheer) Door haar drijven, ons vertellen

uwe wijsheid, magt en eer» Als ik op de wolken ftaare,

denk ik aan die heerlijkheid,

Waar

(*) Pf, LVI. vt. p.

C a

Sluiten