Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

54 HET GRAF.

Hier zijn maden , daar zijn wormen , Die 't geftorven vleesch beftormcn. —■

Koom, verdwaasde Sterveling, Zie de wijk, waarvan ik zing; Zie, uit uwe praalvertooning, Neder in dees ftille wooning. Menfchen, die op aarde leeft, En uw hart veel zorgen geeft, Hoege uw juistgevormde leden Zult misvormen door uw kleedcn, Daar uw hoogmoed u misleid En u waagt aan de Eeuwigheid. Ei: ziet hier, wat gij, na deezcn, In het aklig graf zult weezen , Als gij bij de dooden zijt, Na 't vervliegen van uw' tijd; Legt, ei! legt uw praal ter neder; Keert tot waare boete weder; Staat van uw verkwisting af; Weest gemeenzaam met uw graf: Ziet, in dees veranderingen, 't Groote boek der ftervelingen, Waarin, op de breede blaên, Duizenden van naamen ftaan.

Gij,

Sluiten