Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

o8 DÉ EEUWIGHEID.

In V gèzelfchaptier tritufifeerendeKerk, en tier H. Engelen.

Zingende het lied van Mozesen het ham,

o Zoet gèzelfchap in dit werk ! o Zaligzijn bij reine geesten!

Hier triumfeert uw waare Kerk; Hier brengt Ge uw leden aan de feesten

Des hemels , o mijn Middelaar! Daar zie ik U ten troon gezeten ,

'Omringd van eenc ontelbre fchaar. Der Serafs, dien Cc uw' wil doet weeten:

Zij vliegen op uw wenken heen , Door de onafmectbre hemclzaalen ,

Of in een' oogenblik beneèn , Om andre vroomen in te haaien:

Hoe tooncn zij, in 't heerlijk lichtj

Hunne eerbied voor uw aangezigt!

Hier doen de zalige Englenkooren

Mij, neèrgeboogen voor uw' troon j Het Heilig, Heilig, Fleilig hooren ,

o Gods beminde Wonderzoon! Wat woordenklanken , welke toonen ,

Van 't allerfchoonfte kunstmuzyk, Doen zij, die hier voor eeuwig wooneu,

Weêrgalmen in uw hemelrijk! 't Is alles zang, 't is al genoegen ,

't Is alles vreugd bij U, mijn God , Daar ze allen zich te famenvoegen ,

En juichen om hun heerlijk lot,

Dit 's onuitfpreeklijk ! dus te zingen

Blijft fteeds het werk der Hemellingen!

oli

Sluiten