Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

M IJ N E ELLENDE. 107

Zou dan zijn gunst op mij niet zien ,

En mij geen deugdlijk liegt gefchien? —■

Och arm! mijn ziel, wat moogt gij roemen?

Uw deugden zouden u verdoemen;

Daar ijdre deugd onheilig is ,

Loopt gij de Wet en 't heilpad mis:

Geen kwaadc boom draagt goede vruchten:

De waarc deugd zal u ontvluchten;

De zetel van Gods Majefteit

Staat vast op zijn geregtjgheid}

Daar moet, mijn ziel, och wil vrij vreezen!

Volkomenlijk betaaling weezen,

Voor de erf - en dadelijke fchuld,

En de cisch der ganfche Wet vervuld:

Ja 't Godlijk Beeld, bij u verlooren,

Behoort in u te zijn herboren:

Zoek 5 buiten dit, waarheen ge u wendt,

Verlosfmg uit uw diepe cllend';

Zoek die in zedelijke pligten,

Door 't geen ge in zwakheid kunt verrichten;

Zoek die bij de Englen, in het licht

Der eeuwigheid, wier aangezigt'

Gods aanzigt mag volmaakt aanfehouwen;

Of ftel uw hulp eu uw vertrouwen

Op

Sluiten