Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EERSTE ZANG. 13

Aan het vervloekte hout, — 0 fchrikverwekkend uur! Mijn Zaligmaker, och! wat ftond mijn fchuld U duur! Hier ftrcedt Gij tegen 't hoofd der helfche vloekgedrochteui, Vertradt hem in 't ftof, en hebt mij vrij gevochten. .

Wat wonder, ziet mijn ziel aan dien verheven flaakj Is '\ Godlyk bloed geplengd, en Gods verbolgen wraak Verzoend door d'offeraar, die hier zijn lijf en leven, Ten zoen voor mijne fchuld, heeft willen overgeven?

Maar, och! wat zielsverdriet! dat ijslijk hamerflaan, Dat ipijkren heb ik ook mijn' Borg doen ondergaan; Toen droop zijn heilig bloed uit handen en uit voeten. . Ei zie het, o mijn ziel! dit was Gods regt te hoeten : Daar, aan dat kruishout, is door Hem voor U betaald. Mijn fchuldbrief vastgehecht, de hoofdfom doorgehaald, Met heel de rekening der langverloopcn renten, Gefciueven in de Wet op oude pergamenten. Dit zaagt Gij, Q mijn dag! en wat toen is gebeurd, Hoe 't prachtig voorhangkleed des Heiligdoms gefcheurd, Van een gereeten werd, van boven af tot onder, Eu liet een open weg door 't zaligmakend wonder, Wanneer Gods lieve Zoon, uitloutrc zondaarsmin., Trad met zijn eigen bloed den Hemeltcnipel in.—•

o Mijn Verzoeningdag! 0 beste dag der dagen! De tijd zal uwen roem aan 't eind,' der Eeuwen draagen!

I 5 Nu

Sluiten