Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

144 DRIE DAG E N.

Waarbuiten zij welhaast had, zonder dienst] of orden , Naar menfehen willekeur een doolhof moeten worden ; 't Is waar, het heilig boek geeft wel geen juist bericht:, Dat op dees' dag altijd de Godsdienst is verricht; Maar daar de Godheid zelf verkoos hier op te rusten, Zou dan haar volk zich niet in haaren dienst verlusten? Daar zelfs die rustdag hun een fterke tcekning gat Der rust, der ftillc rust van Christus in het graf, Waarvan wij, om zijn' dood, met droefenis gewagen. En noemen deezen dag den zwartften aller dagen.

o Dag! o ctetirge dag voor mijn beTpiegêlmg! o Dag! waarvan ik niet dan met verwondring zing, Uw heiige ftilte was in 't Paradijs bcvoolen, Schoon uw beduidenis In windzels was verfchoolen, Die nu ontwonden zijn, en in Gods woord verklaard , Waar 't Oud en Nieuw Verbond te faameri is gepaard: Wat hoeft niet TeraM Zoon, toén hij uit Charrans firecken Van Vaderlijken grond was op Gods last geweeken, In 't Land der Vreemdlingfchap,God op dees' dag gediend! Wie denkt toch anders van Gods Bondgenoot en Vriend? Zou Hij, of zou zijn Zoon, of zouden Jacobs Zooncn, Nalatig in den pligt, aan God geen' eerbied toonen. Daar zijn belofte en gunst, gcduuriglijk herhaald. Het oog van hun geloof met heillicht had beftraa'd?

Ja

Sluiten