Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

146 DRIE DAGEN.

fcong ïsrels Zanger niet, vol van ge'oofsvertrouwen,

Wanneer hij ver vooruit dees Crafplaats nogt befchotiweri s

Gij zult niet dulden, Heer, dien ik mijn lied mag bièn ,

Dat ooit uw Heilige verdervinge zal zien?

Heeft Jefaïa niet, door 's Heeren Geest gedreeven,

Van deeze Grafplaats en dees' wondren dag gefchreevett ,

fen als van flip tot ftip Meslias dood voorfpeld,

Die bij de Rijken was , fchöon bij 't geboeft gefleld?

Wie fchrijft 'er uit de rol der breede Profefljën

Al 't juistgetckende ,van 's Heilands bitter lijën?

Wie maalt er naar den eisch het ftil verblijf in 't graf,

Van Hem , Gods Wonderzoon, met juiste kleuren af?

Met kleuren? neen dees dag, de donkerfte aller dagen.

Moet op mijn dichtpaneel de bleeke doodverf draagen :

Want och! mijn Heiland was nu, naar zijn menschheid, niet, |

Na dat hij 't leven voor een wijle tijds verliet.

Zoo ruste hij in 't flof, en heeft het graf geheiligd

En door zijn rust de rust van al zijn volk beveiligd,

Van al zijn volk, dat toen, tot in de ziel bedrukt.

Zijn heilvcrwacluing voor altoos dacht weggerukt.

Mij dunkt, ik zie de Rei van Jezus Lievelingen,

Ter krenking van hun hoop door't ongeloof befpringen ^

Daar hun vooruitgezigt, hun hoop op roem en eer,

NS zonk in 't donkre graf bij Jezus lijf ter neèr,

Deei

Sluiten