Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i*3 B R 1 E I) A G E N

Wil toch door uw genaS mijn zondenbanden flaaken.

En tot een vrijen knecht mij waarlijk voor U maken s

Dan zinge ik tot uw' lof, grootmagtige Opperheer,

En buig mij bij uw graf ootmoedig voor U neêr,

En, fchoon dees dag voor mij de donkerfte is der dagen j

Hij teekent mij het jaar van 't godlijk welbehaagen,

Om Zions treurigen te troosten door uw let,

Met echte kleuren af, en hoe de wraak van God,

Daar zijn reg?vaardigheid, om hunne fchuld verbolgen,

ÏJ tot in 't donker graf wou flraffen en vervolgen.

Gij fteldet u ten vloek, voor hun Gods vloeken waard,

En bergdet met uw lijfde vloeken onder de aard';

En zoo, zoo hééft uw dood uw volk daarvan ontheven;

Voor eeuwig zal dees dag ons dit getuignis geven,

o Geef mij 't voorregt toch, als ik uw graf befchouw,

Dat ik het overftort met traanen van berouw,

En dat ik levendig, mijn Heilborg ! mag befefien,

Dat hierom zulk een leed uw dierbaar hoofd moest treffen.

Verwakker mijn geloof, om veel op deezen dag

Uw Rustplaats te bezien met eerbied en ontzag,

En daar U de offers van mijn liefde toe te brengen,

En fpecerijen vcor uw geestlijk lijf te mengen;

Ik meen uwe arme Leen, die gij op aarde liet,

Toen Gij ten Hemel voert; want U, U ziet men niet:

m

Sluiten