Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MENGELPOËZIE. 45

Nha kfiijk zoo prcng hik hook, dhog zonder zwier en ftafie,

U d'eijlwens mazeltob von honzie hiele Nafie.

Al word je me frind, von de flegte volkie gekweld,

Beghotje! je plijft thog de zeen von den eld, v .

Die, als zen Familie zen allernittigst leeven

Hal in je jeegd voor het land ten beste zou.geeven,

Want khijk, prins! verftaaje? hij is de hcerlikke man

Waar honzie Rippebliek 't niet buiten houde khan.

Het fchelde his thog de werk maar von de negromanfie,

Ze zoeke tot muite maar haltoos de kanfie x

Hom dat je 't canailje hien beetje te veel bint;

Maar fcholcm, je vader die blijft thog de vrind:

De flegtcrs, begrijpje? hik wil het je zweeren,

Zal men wel gaauwtjes die fratfcn vcrleeren, —•

De vrinden von Loeveftein die maaken aar testement,

Hom dat honzie God zich naar Neerland weer wend;

Mazelcbrochc, prins! dc lui waaren bedroogen,

En ftaan nou te khijken uit hun eigene hoogen,

D 3 Dio

Sluiten