Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MENGELPOËZIE. 105

Van uw Jeugd, die, fpijt den haatrcn

van uw glorierijk. Geflacht, Niet dan deugt dan voorfpocd ademt,

daar men't wcnschlijk heil van wacht. Van uw jeugt, waarin de luister

van uw vaders goedheid fpqeld, En die 't grootsch, het vorstlijk teekend

van uw 's moeders deugtrijk beeld, Zalig, dubbel zalig voorrecht!

Dat men 't toch naar waarde erken!' Dat dit zuchtjen voor zijn welzijn

Tot 's lands heil ten hemel ren! Leef voor 't kroost, dat nooit zich koesterd

met den wrok der eigenbaat, »t Kroost, dat nimmer keetens fmeedde

yoor dees nopit gedwongen Staat. »t Kroost, mijn prins.' dat voor Oranje

nooit bezweek in eed en trouw * En (was 't nood) voor 's vaders rechten

Tege.n dwirigren ftrijden zou:

H ■ 1 Lee£

Sluiten