Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I3<S MENGELPOËZIE.

Verbei die /tonden, op het fpoor van 's vaders deugt, En ken uw vaderland, door wijsheid, in uw jeugt. Maar ken, ken ook uw zelf, als uit dien ftam gebooren, Die 't fpaanichc moordgebroed in bloed en puin deed fmooren.' Befchouw het marnier veel dat van hun lof gewaagd, Tropheën daar de nijd zich thans zo ftomp op knaagd, En leer daar uit mijn prins! 't gewicht der eereftanden! Waaraan geboorte u bind tot heil dér vrije landen; Geboorte voerde u tot dien hoogen glorietrap, En maakt de luister uit van uwe jongiingfchap. Ga voort op 't grootfche pad, dat gij hebt ingeflagen! Toon, als ge u ziet döor hoon of fmaad of vloek belaagen,* Aan 't laster-rot, dat gij niet firafloos werdt gehoont; Maar tevens, dat gij ook als christen, veel verfchoond. Als christen! — ja, mijn vorst! dat waaren al de helden, Die Neerland uit den ftronk van hunnen ftamboom telden; Een cliristcn lijd niet veel, offchoon hij alles lijd, En keerd door zijn geloof, de pijlen van den nijd. Pluk veel in 's vrijheids tuin, van palks Iaauwerblaaren, En flinger u daar mede een eerkrans om uw haaren;

Op

Sluiten