Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i38 MENGELPOËZIE.

Gij zult een Fredrik zijn, en, op der braaven hoop,

Een Fredrik van het recht, ter heilftar van Euroop.

Gij zult, naar 's hoogften wil, ten ipijt van helfche haatren,

Een Maurits zijn voor 't rot van euvle godverlaatren;

Ja gij, doorluchtig prins! gij blixemt door uw oog

Dat helfch gefpuis, zo 'tooitnaar 't hart desgodsdiensts vloog.

In alles, leef als held, en pluk in 's krijgsbanieren,

Voor vrijheid en voor volk, een fchat van heillauwrieren!

Leef Willem leef! en leer uit 't moederlijke hart

Der waare grootheid, bij 't gevoel der wreedlte fmart!

En tracht, tracht uit den loop van 's vaders leevens dagen,

De teistring van 't verdriet gelaten om te dragen!

Leef kommerloos, mijn prins! belonkt door de oppermacht;

Zo zwaai ik, met meer vreugt, nog eens den zwanen fchacht»

Mijn zangeres verlangt reeds na die vreugde kringen,

Om éénmaal een triümf van uw triümf te zingen; -

Of dat een zegengroet van uit haar fpeeltuig fneld ,

Die de overwinning van 't geduld uw's vaders meld.

Dan zal geenwreevlezucht, doorluchte ! u 't harte prangen,

Die nu de vreugd verdoofd in dees mijn offerzangen,

- Ja •

Sluiten