Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

198 M E N G ELPOÊZTE.

De grijze leeuw, door zwijmelgaaven

Des vreemden fchijnvriends mak gelust; Ontwaakt, door het hoezéé der braaven,

Op éénmaal van zijn logge rust: Hij ademd nieuwe vrijheids vonken, En voelt zijn fterk gefpierde fchonken Weêr tegen list en dwang, beftand; Zijn klaairw herlhoerd d'oranje keoten (Door tweedrachts donders los gereeten;) Als 't kleinoot voor 't verloste land,

Triümf, men juicht, oranje booven!

De vreugt doortinteld aller borst; De voikftem klimt naar 't hof der hooven,

Tot eer en glorié van 's lands vorst. Prins Willem keerd, - z'jn invloeds zegen * Heeft reeds 't herftelde heil herkrecgen, In 't welk der Natie welvaart fpreekt; De vrijheids - vlam, in 't hart ontftaoken, Doed dankbaarheid op 't altaar rooken,

Dat vreede — rust — en eendracht kweekt.

Prins

Sluiten