Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

24° MENGELPOËZIE.

De onzalige euvelmoed moog fbherpe pijlen fmeeden, Tot moordtuig van de dwinglandij,

Het godsfcbild van 't heelal verlamt die ijslijkheeden, Befchut den voorfpoed uwer fchreeden , En 't gantfche land juicht waarlijk vrij.

uGeloei^oorluchtfteprins- vanfchoorentweedracht* donder

Treft zoms nog wel uw vorstlijk oor, Doch tdaglicht van uw rust neigd Itrafloos nimmeronder. Zints', door Germanjes vrouwen wonder, 't Bataafsch karthaag, zijn kracht verloor.

Geliefdfte! gij _ gfj zult u eeuw]g M ^ Door 't volk dat waare vrijheid kend, _

Door'tdankbaarvolkwiertrouwuwachtingweettewmnen^ En uit welks hart en blijde zinnen

Ook nu het zuiverst zuchtjen rend.

Deeaf

Sluiten