Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MENGELPOËZIE. 2J3

„ Maar! fpaar hem ook, 6 god! om in ow heil te leeren „ Het geen den waareo mensch naar'tfterfuuris bereid; —-

„ Op dat, wen zijn gebcentt' met eer tot ftof zal kecren, „ Hij eeuwig leeven mag in 't licht der zaligheid!"

R 3 DE

Zie daar, zie daar mijn beê bij uw geboorte-viering!

De kenfchets van een gloed die 't vuur van achting baard: Ontvang ze des als vrij van veinzaards taal vernering,

En acht mij, waardfte! fteeds uw hart en gunften waard!

Vaarwel! — leef wel gemoed en, — zijn 'er onfpoeds

- (vlaagen

Waar door de glans des hofs zöms in het duifter duikt, Oranje zal eens 't licht van ons geluk doen dagen

Wen waare trouw weer geld en valschheid word gefnuikt. Het voegt ons, dierbre vriend! ons zelf gelijk te blijven; —

Wij waagden voor hem't bloed — uit liefdevoorden Staat: Ja! moeten op den rand van onze boezems fchrijven:

„ 's Lands vader zij ons 'hart zo lang de polsslag slaat."

Sluiten