Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MENGELPOËZIE. fi?J> OP DEN

UITMUNTENDE DICHTER

K U M P E E,

NA HET LEEZEN VAN DESZELFS DICHTSTUK: Z U JL I M A.

Wie is hij die zóó grootsch, met een verfijnd verftand, Het godlijk kunstvuur voed van hartbetoovrend zingen ? Wie peilt door 't rijkst vernuft 't onperkbaar heil der dingen, flraveerende de hel in trouw voor 't vaderland ? — 't Is Kumpel, 's waarheids vriend, die de eer van Nasfauw wet, En zoo door mond als pen zijn hooners paaien zet. Den . . . Mey 1786.

VOOR

Sluiten