Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EERSTE ZANG. 13

De dankbre blijdfchap zweefde op 's Landsmans gulle toonen ,

Schoon d' oproerkreet weergalmde in kerk en burgerftaat, De fnoodfte dwingelandij zag zich met glorie loonen,

! En boogde op de triumph der kruipende eigenbaat. •

Men ziet, van ftad tot ftad, het heiligst recht gefchonden,

Daar moedwil zegeviert, en trotsch de dertgd verdrukt; De band der maatfehappij wordt roekeloos ontbonden,

En alle zuilen-van 's Lands voorfpoed omgerukt. Alleen blijft, in die fcaat, het moedig Holland waaken,

Daar 't, in zijn zuivre lucht, grootmoedige Edlen voedt, En ftcdelingen, die voor de eer der vrijheid blaaken. •

Nog fteunt een Barneveld der braven trouw en moed. Nog hoort men Hugo voor het recht des Burgers fpreken,

Nog word het wetboek door zijn trouwe hand gefchraagt, Nog toont een' Hogerbeets het eeuwig vrijheidsteken.

Dat 't roemrijk Leiden op zijn zuivren boezem draagt

Dan! welk een duifternis bewolkt mijn flaarende oogen?...

Een zwarte nevel dekt de flauwe morgenzon!......

't Gefmeet verraad breekt los ! ... Gij duit, ó Alvermogen !

Dat list, in englenfchijn , de zuivre deugd verwon ?

't Licht

Sluiten