Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWEEDE ZANG. af

,, Hoe zal de trotschheid nu op uw gedachtnis woeden ,

Daar elk, alfchimpend, u onteerende verfmaad, „En zegenviert de nijd, (dit wil de Hemel hoeden!)

,, Dan ligt dat ze ook uw lijk met hoon en 1'chimp belaadt!" — De droeve treurmaar, wordt door al de ontroerde landen,

Verfchillend, omgevoerd , men roept: „ de vrees voor ftraf a,Deedt hclfehe wroeging, in zijn lage ziel ontbranden,

„ De zelfsmoord volgt verraad; zij wacht geen vonnis af' " Dan, 'k zie menschlieveuheid gevoelge traanen plengen.

Zij weet hoe ligt een hart bezwijkt door moedloosheid, ' Wanneer geen vriend ons troost — list't onheil doet verlengen,

Terwijl de rede door geen Godsdienst word geleidt. — Intusfchen zoekt de Groot de Oranje Held te (preken,

Hij heeft geen denkbeeld van een redcnloozen haat; „ Mijn trouw, mijn vriendfchap is Prins Mauritz vaak gebleken ,

(Dus fpreekt hij telkens),,fchoon mij'svijands list verraad.

„DeVorst mag,voor een poos,mijn zucht voorHem mistrouwen,

- ,,'kBiedhem mijn dienst,mijn trouw,wen't met'sLandsheilbefhat,"

Dit aanbod doet de Groot hem op 't papier ontvouwen;

Doch ziet zijn vriendfchap,met ftilzwijgenheid, yerfmaad.—

Zijn

Sluiten