Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5« HUGOBEG*-0 O T.

De onnoozle wichtjes, die 't omhelzend Paar omringen,

En huplend vleien, met de reinfte tederheid, dntkluistren 's vaders tong, hij ziet de lievelingen,

En voelt hoe't fchuldloos lagchje op liefde en bijftand pleit. I, Grootmoedige Echtvrindin! troost van mijn moeilijk leeven !

„ 'k Omhels, nd zoo veel tijds, u weer ! Mijn moedloos oog, „ Ziet weêr de zuivre min in al uw trekken zvvceven,

(Zoo fpreekt hij en een zucht (tijgt dankend naar omhoog:) „Reeds maanden afgemat door ftille boezemklachten, „ Gegrieft door al de fmart van mijn geliefd gezin, „ Zie ik al 't knellend leed , op 't (trelendst, thans verzachten ,

ó God! 'k zie me in d' arm derGaedelooze min ! '* Verrukkend tijdftjp! 'k voel verbeeldingskracht ontgloeien,

Elk vleiend telgje reikt hem 't blozend mondje toe, Terwijl ze al (taamlend hem in mollige armpjes boeiën,

Zelfs 't fpraakloos wichje lacht en ftreelt hem, blij te moê!... Maria plengt een vloed van tedre liefde traanen,

Terwijl haar halsvriend op haar zochten boezem rust, Zij poogt door 't weenen 't hart een vrije lucht te baanen, Daar zij het klamme zweet van Hugo's voorhoofd kuscht.

Zij

Sluiten