Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DERDE ZANG.

Doorluchtc Coligny, aan 't vrij gewest geheiligd,

Die waardige Vorstin , wier Godvrucht elk bekoord, Zij , door Gods liefde en zorg, voor 't moordenddaal beveiligt,

Toen haar beroemd gedacht, rampzalig wierdt vermoord.(#) Doorluchte Coligny, verknocht aan 's Lands belangen,

Betreurd nog elke dag haar dierbren Willems dood; Hoe voelt zij 't lijdend hart, om Neêrlands rampfpocd prangen !

Zij.fchonk reeds langhaar gunst aan de Ega van de Groot.; Thans ziet zij die heldin, om liefde en vriendfchap fmeeken ,

Maria, die vergeefsch op 't recht der onfchuld pleit, En 't hart,door haat verdeent, nooit kan door liefde outdeeken,

Schpon liefde,en fchoon natuur voor haar om bijdand fchreid.— Dc Rechters, nog door wraak ontvlamd, zien al haar lijden

Met fchimpende oogen aan : haar afzijn grieft de Groot, Dit weet de wreedheid ; niets kan haar een zucht doen wijden

Aan 't offer,dat haar wrok der heerschzucht fchuldloos boodt. De fchraapzucht, niet te vreê met Hugo's goed te rooven ,

Durft nog de klaauwen aan Maria's rijkdom daan _

Dit

In den moord op St. Barthels nacht, te Parijs. — Haar Vader , «en Admiraal coligny , benevens haar eerde echtgenoot teligny. Wierden de fiachtoffers dier woede.

F 3

Sluiten