Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8iS HUGOdeGROOT.

„Zijn boezem is gevormt voor menfchelijk mededoogen;

„ Ach ! dat zijn zachtren aart de toorts der tweedracht blus! „Ik zie Maurier gegrieft, door 't zielverfcheurendst lijden;

„Uw Echtvriend was voor hem de vreugd van Nederland, „Hij blijft als vriend aan hem zijn trouw zij„ liefde wijden,

„ Ook waakt hij voor zijn heil, als Vrankrijks Afgezant! " Reeds tradt de fombreHerfst, door Hollands wandelpaden,

De vruchtbaarheid werdt wéér op 't veld in flaap gekuscht, Natuur ging op een koets van vaal verdorde bladen,

Door koeltjens aangevoert, in beemd en tuin ter rust; < Toen mijn de Groot, verteert door 't eenzaam troostloos lijden,

Op 't onverwagts zijn Gaé weêr aan zijn boezem ziet, Haar komst, de kusch der min , kan 't zwoegend hart verblijden •

Hij kent dit oogenblik geen knaagend zielverdriet. — Deaandoenelijkfte traan gloeit op zijn bleeke wangen,

Terwijl zijn moeder in zijn bevende armen fnelt En fpraakloos, vol gevoel, hem om den hals blijft hangen, Daar hij, door vreugd verrukt, haar aan zijn boezem knelt. 6, Welke ontmoeting! welk gevoel ftroomt hier door de adren! Weemoedig facit de vreugd in tedre boezemfaart,

Thans

Sluiten