Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i°8 HU GO de GROOT.

„ Gij hebt mijn vroegfre kracht reeds aan uw dienst zien wijen ,

* Voor 11 ontwikkelde zig 't jeugdige verftand. », Tuigt, blijde daagen , die zoo vrolijk heenen dansten ,

„ Toen kommerlooze vreugd, nog in mijne oogen blonk, „ Toen liefde en blijdfchap nog mijn blonde hairen kransten ,

„ Tuigt met wat drift en gloed ik 't hart der vrijheid fehonk ? " 'k Zag mij gelieft - B^ht- omhelst door Neêrlands braaveu, „ Waar mee heeft dan de Groot zoo wreed een haat verdiend ? „Zijn trouw bezwijkt niet, neen, nog blijf ik, ó Bataaven !

„ Door u gedoemt, vervolgt, verdrukt, getergd, - tuv vriend, „ Als ik , op deze plaats, het uur des doods voel nadren ,

„ Dan fehemert gints uw grond nog in mijn breekend oog, >, Dan zal 't bevriezend hart, zijn laatfte kracht vergadren ,

„ En zenden nog een zucht voor uw geluk omhoog! — „ ó Vrije golven , die voorbij mijn kerker rollen ,

„ Wen ik een fccrvend blikje op uwe wentling flaa, „ Wen ik mijn bloed reeds voel in rillende adren ftollen, „ Dan volg ik reeds den klank van vrijheids helden na, i. Van hen , die in 't gewest der ongefloorde blijheid,

„ Néêrzien , op 't wentlend rond, weleer door hen bewoond,

Maar

Sluiten