Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DERDE ZANG. ïo9 „ Maar nu, door 's waerelds vorst, van 't groot heelal, de vrijheid

„ Genieten, door God zelf met glansrijke eer ge kroont. —■ }, ó, Vaderland! dat mij ten eeuwgen kerker doemde, „ Was 't niet genoeg dat ik uw wreedheid heb verduurt ? Mijn Gaé , die gij weleer met zoo veel ijver roemde , „Heeft, hoeonfchuldigook, uw woeste wraak bezuurt. „ Gij duldt dat dwingiandij uw heilig recht durft fchenden ,

,, Uw oude wetten zijn, door 't onrecht, fnood verkracht, ,, Wij blijven 't weenend oog tot God om bijltand wenden, „ Daar menfchelijke hulp geen zuchtende onfchuld acht. „Vergeefsch,mijneEchtgenoot! vergeefsch, mijn dierbremaagen,

Pleit ge op 't bezworen recht; die ftem is lang verdrukt, „ Mijn Gaê ziet erf en goed lafhartig aangeflaagen ,

,, En mijn onnozel kroost al zijn beflaan ontrukt! . . . „ Marie ! uw treffend lot kan mijne ziel verfcheuren!

,, Uw liefde is al mijn troost, maar, ach! vergeet uw vriend; „ Ontwijk dit aklig flot, laat me eenzaam , kwijnend treuren ,— „ Ik heb misfehien den raad der Godheid haast voldiend i — j „ Ik lees uw ftil verdriet, in duidlijk fpreekende oogen, „ Die trouwe tolken van uw grootsch gevoelig hart,

„Ge-

Sluiten