Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

132 HUGO 'de CIIO.O T.

Daarbij aan 't wisflend lot der ondermaanfche dingen

Den juisteb zamenbang met alp het zichtbre geeft; De Slotvoogdes , die 'tleed eens medemensen kan roeren.,

Heeft wrede (trenghcid lang, fchoon in 't geheim, gewraakt', „ 't Zijn boeken ; liet mijn gaê die niet vaak vrij vervoeren ? (Dus zegt ze)„eens anders leed heeft nooit mijn hart vermaakt!" Dc zaalge vrijheid ruischt, op losgebarsten winden ,

Men torscht dc Boekkist nu op nieuw al morrend voort; 6 Maas ! 't gekist juweel mag zig in 't eind bevinden,

Door zachte hoop geftreeld, aan uw begraasden boord* De Dienstmaagd , aan wier zorg den fchat is toegeheiligd,

Wier jeugdig oog zo trouw op alles Haard en let, Zorgd dat het Koffer ras voor allen ramp beveiligd,

Door 't forfchc Scheepsvolk,word aan 't dobbrend boord gezet, Het log het zwaar gewicht wekt d' aandacht onder 't liepen,

Naar 't vaartuig: 't Godlijk oog blijft op zijn vriend gevest. Nooit werd een edler fchat in rijk bevrachte Schepen ,

Al juichend aangevoerd, uit Olirs oud gewest. Nooit, losfe koeltjes, die door zeil en touwerk fpclen ,

Nooit fchonk gij ademtocht aan Godgcwijderborst,

Dan

Sluiten