Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i54 HUGO de GROOT.

Is daar , de ftormwind zwijgt, het wendend rond ontweken ,

De maan troost de oogen met een kwijnende avond lagch. Oprechte Laurens blaakt, door 't zuiverst meedelijden

't Eenvouwig hollands hart, dat dwang en trotscheid fchuwt, Blijft aan verheven deugd , een edlen eerbied wijden ,

Daar bij voor kluisters van gevloekte heerschzucht gruwt | Hoe trouw, hoe minzaam waakt zijn zorg voor 's mans belangen,

De Groot verlaat zig op zijn leidsmans deugd gerust, Hoe blijft zijn tedre ziel aan 't wijkend Holland hangen ,

Daar nog zijn lievcnd hart zijn aardsch genoegen kuscht. Dc reis van Waalwijk, naar de roem van Brabands lieden ,

Is kort, daar voorfpoed zelf door 't zand den wagen trekt; Dc Groot blijft onbekend , fchoon houding taal en zeden ,

Hoe ook vermomt, nog vaak d' oplettende aandacht wekt, Kmw heeft hij 't grondgebied van 't vrij gewest verlaten

Of Spaanfche waakzaamheid houd d' eedle vreemdling aan , Men vergt hem een bewijs van 't vrij gelei der Staten;

Dan , nauwlijks doet de Groot den Drost zijn naam verfhan j Of achting eer en roem , poogt hem vol vreugd te groeten , De fiere Ruiterij geleid hem veilig voort,

Tot

Sluiten