Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I5S HUGO de GROOT.

Bij 't gul omhelzen van verdreven vluchtelingen ;

Wier heil in 't Vaderland, door 't twistvuur was gezengd ? Nu firoomd de zuivre lucht in zijn beklemden boezem ,

Haarhoop bevallig vleit, en vriendfchap minzaam troost jj Hoe zacht ontluikt weêr hier het kwijnend welvaarts bloezem ,

Ik zie hoe 't weêr bedauwt met gulle lagchjes bloost. Hier leeft hij vrij , tot eer der blijde Antwerpenaren .

Vaak offert hij een zucht aan zijn geliefde gaê ; Grootmoedig wijd hij 't hart; op Godsvruchts dankaltaren ,

Vaak flamelt hij verrukt, der englcn koorzang na ! Geleerdheid treed hem hier, met groene lauwren, tegen j

Verrukte Poëzij, ftemd zijn verheven lier, Hij roemt op vrijen toon Gods grootheid , macht en zegen ,

Of liefde en dankbre vreugd, geeft aan zijn klanken zwier. ■ 'k Zie voorfpoed weêr in 't huis van Grevinghove glooren ,

Gezondheid zweeft verrukt op rozenwiekjens aan , En doet de vaale fmart op 't klamme dons verfmooren ,

Daar 't lief genoegen lagcht, in jonge lenteblaan. De Groot, wiens oog zoo lang door fombre kerkermuuren , Gefluit werd, wijd nu vrij door al 't ontwiklend fchoon,

Der

Sluiten