Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i6z HUGO de GROOT.

„ Ach, zou mijn vrijheid haar thans (tof tot klagen geven ?

Verlos mijn duifje, dat in 's dwiuglands klauwen treurd I „ Een ftille hoop voorfpeld mijn hart een zacht genoegen

„ Keert, blijde dagen , toen ons heil op min gevest, „Door reine dankbre vreugd, mijn boezem vaak deed zwoegen ,

,4 Ach , hadt geen ftaatkunde ooit ons aardsch geluk verpest! „ o God der liefde ! gij, gij hebt mijn ziel doen blaaken ,

„Voor 't edelst pronkjuweel van Neêrlands mnagdenffoet, „ Ach , laat uw menfchenmin , die dierbre Vrouw bewaaken ,

„Troost haar in 't moeilijkst lot, verflerk haar fleren moed; " Ja edel Christenheld , die in verdriet en kommer,

Zijn fchoot ter fchuilplaats bied, aan 't moê gefolterd hart! Hij bergt uw Engelin in 't vreedzaam luizend lommer,

Van zijn belofte en trouw, dat "t vuur der wanhoop tart, Haast zult gij weêr in 't zoet der huwlijks liefde deelen ,

Terwijl in 't vreemd gewest, uw heilzon luistrijk gloeit, Dan ziet ge uw vleiend kroost door blonden voorfpoed ftrelen ,

Daar 't vrolijk bloozend, om uw zuivere echtkoets bloeit, Laat vrij uw vaderland uw grootfche deugd verachten , Geen nood : Europa reikt alom u de armen toe!

'kZic

Sluiten