Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

936 HUGO de GROOT»

Zij zag haar Hugo, lang bekommerende angften lijden,

Daar hij door norfche zorg bekneld, vaak 't lot betreurd , Van dierbre telgen, die al vroeg met onheil ftrijden s

Maria, had zig, uit zijn knellende arm gefcheurd , Zij fnelt naar Holland, doet weêr nieuwe hoop ontgloeien j

De trotfche Richeljeu liet 't jaargeld onvoldaan, Dus waaut men Grootius aan 't Fransch belang te boeien ,

Dan nooit zal 't edel hart, door ontrouw, wroegend flaan 1 Eer doet hem vaal gebrek, naar 't brood der armoê hijgen,

Eer tart een Regulus den ijsfelijknen dood J Eer een verheeven ziel de ftem der deugd doet zwijgen;

Die item fchenkt moed en troost, in 't hart van mijn de Groot! Ach, kon zijne echtgenoot den bjlkltcn ejsch verwerven ;

Maar Hemel! daar haar fchrift hem niets dan onrecht meld, Doet 't knellendst zieJverdnct.)Zijn vreugd, zijn welvaard ftervén,

Daar 't afzijn van zijn Gaê , hem niets dan ramp voorfpeld. Die dierbre Heet vol rouw een reeks van treurge weeken,

In 't Vaderland, daar niets haar zwoegend hart vertroost, Haar langgevergt geduld, voelt zij in 't eind bezvveeken ; Terwijl eene edle wraak in zachte trekken bloost,

Zij

Sluiten