Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZEEVENDE ZANG. aS9

*k Zie Okzenfliern fteeds trouw voor haar belangen waaken;

Men zet wel 't oorlog voort, doch heigt naar zaalge vrêe; Ach, mocht die zucht in 't hart der bondgenooten blaaken !

Waar' Frankrijk eindlijk moê van 't dreigend oorlogswee ! De Groot, genodigd om voor Zweedens ftaatsbelangen ,

Te waaken aan het Hof van 't weidend Lelierijk, Doet eindlijk Okzenftiern, 't gewenscht bericht ontvangen ;

Elk kent de zucht voor hem van Koning Lodewijk: Wat vreugd fmaakt nu de Raad! al 't volk voorfpelt den vrede ;

Tc Zie Neêrlands balling thans vol eerbied, zwier en gloed , In 't Zweedfchc rijk begroet, elk offert hem zijn bede,

Elk fmeekt zijn' ijver af; zijn zorg voor 't Zweedfche bloed , Reeds al te veel geplengd, zal in zijn daden fchittren :

Wat glorie! 'k zie mijn' held door 't leger ingehaald; Zijn grootheid moog' de nijd tot wanhoop zelfs verbittren ,

'k Zie vriendfchap door zijn heil met zachte vreugd omftraajd; Elk wenscht hem thans geluk, Europa ziet zijn'glorie

Met juichende oogen aan: ó Z weeden ! dat de roem , Van uw' Gustaav, met bloed gemaald in uw Historie ,

Vrij pronke, en 't nakroost hem met plechtige eerbied noem', R a De

Sluiten